Weblog

Dominee Gert de Goeijen
Docent in Rantepao, Indonesie

Weblog

Introductie
Sinds februari van dit jaar woon ik met mijn vrouw Elizabeth en kinderen Naomi (5), Timon (3), Joas (1) en Matthias (0) in Rantepao in Torajaland (Zuid-Sulawesi, Indonesie), waar ik als docent aan het Theologisch Instituut van de Torajakerk verbonden ben.
We zijn vorig jaar augustus uitgezonden door de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) en zijn toen eerst naar Yogyakarta gegaan voor taalstudie.

In Nederland werkte ik als predikant in de Hervormde Gemeenten Geertruidenberg en Made/Oud-Drimmelen (’98-’03) en in de protestantse wijkgemeente Stinskerk te Zwolle (’03-’08). Ik heb het werk als gemeentepredikant erg graag gedaan vanwege het veelzijdige karakter ervan.
Naast het voorrecht een tijd te mogen leven in een andere cultuur en daardoor iets van de wereldwijde kerk te proeven, vind ik het vooral mooi om wat ik in de Nederlandse gemeenten geleerd heb nuttig te kunnen maken voor (aanstaande) predikanten hier.
We hopen hier de komende zes jaar te blijven. Komend voorjaar zal ik bevestigd worden tot ‘predikant met een speciale taak’ in de Torajakerk. 

Het instituut van de Torajakerk geeft praktisch-theologische vorming aan aanstaande predikanten en organiseert opfris- en reflektiecursussen voor dienstdoende predikanten. Daarnaast heeft het instituut de taak na te denken over de relatie tussen Evangelie en cultuur, hier vaak verwoordt met het begrip “kontekstualisatie”.
Het werk is zowel inhoudelijk als methodisch enigszins te vergelijken met het Seminarium Hydepark in Doorn. Studenten die hun studie beëindigd hebben aan een van de Theologische Hogescholen in Indonesie en predikant willen worden in de Torajakerk, lopen twee jaar stage in een gemeente. Vlak voor hun stage komen ze acht aaneengesloten weken op cursus naar het instituut, na één jaar stage drie weken, en aan het einde van hun stage nog eens twee weken. Het zijn echt volle cursusweken, want ook de weekenden worden gebruikt.
Tijdens deze weken verblijven we in een – in Nederlandse ogen - zeer eenvoudig gebouw (geen warm water, geen bibliotheek, geen internet, geen gezellige zitjes), waar de studenten ook zelf moeten schoonmaken. 

De afgelopen drie weken was er een cursus voor calon-pendeta (kandidaat-predikanten) die er nu één van hun twee jarige stageperiode op hebben zitten. Aan deze ‘tussenevaluatie’ namen 26 studenten deel. Ik beschrijf de laatste week zodat jullie enig idee hebben wat er aan de orde komt.
In de voorgaande twee weken was er o.a. aandacht voor liturgie- en preekbespreking, een driedaagse training konflikthantering met trainers van buitenaf, die ervaring hebben in het bemiddelen bij konflikten tussen christenen en moslims (begin 2000 in Noord-Sulawesi), verdiepte kennismaking met de Torajakultuur, analyse van de sociaal-economische situatie van de gemeenten, oefenen van leiderschapsstijlen. Als docententeam (we zijn met z’n zevenen, allen predikant) verdelen we de taken, aangezien er veel in kleine(re) groepen gewerkt wordt. Omdat ik hier pas werk en nog veel mag leren over taal en kultuur, loop ik dit halfjaar mee met de cursussen en hoef ik nog niet zelfstandig groepen te begeleiden. Ik geef daarom wat indrukken van deze week weer.

Zondag
Als docenten hebben we vandaag een vrije dag, omdat de cursisten gisteren zijn vertrokken naar Palopo, een stad zo’n 70 km. ten oosten van Rantepao. Ze zijn vertrokken op hun brommers of met de zogenoemde mobil umum (omdat er geen bussen zijn, rijden er veel auto’s die mensen oppikken en op de bestemde plek brengen tegen geringe vergoeding). Aan het eind van deze middag komen ze terug. Zij zullen vandaag een dienst leiden in een van de gemeenten in de classis Palopo. Ze hebben deze dienst de afgelopen dagen voorbereid en morgen gaan we deze nabespreken.
Vanmorgen zijn Elizabeth en Naomi naar de wijkkerk vlakbij ons huis gegaan en ben ik bij de jongens thuisgebleven. ’s Middags kwamen er een paar kinderen van het dichtbij gelegen kindertehuis bij ons spelen. Gelukkig regende het vandaag eens niet en konden we zowel binnen als buiten spelen. We kennen de situatie in het kindertehuis en de omstandigheden van de kinderen nog niet zo goed, maar men vindt het fijn als we met hen meeleven.    

Maandag
Volgens het normale patroon deze weken stonden de cursisten om 5.30 uur op voor stille tijd. Daarna is het een half uurtje sporten, vervolgens wassen en ontbijten en om 8.00 uur begint het “ochtendgebed”. Studenten hebben zelf de vrijheid dit in te vullen, maar in elk geval zit er ook een deel bezinning in aan de hand van een in het Indonesisch vertaald Amerikaans boekje ‘Feed my shepherds’ van Flora Slosson Wuellner. Dit boekje handelt over de spiritualiteit van de predikant. Zelf kom ik meestal rond 8.30 uur aan als ik Naomi naar school en Timon naar de playgroup heb gebracht. Rond 13.00 uur eindigt het ochtendgedeelte en is er middageten en middagrust, waarin de meesten even gaan dutten of mandien (baden). Ik ga dan altijd even naar huis om boodschappen te doen en met de kinderen te spelen.
In de ochtendsessie bespraken we de ervaringen van de voorgaande dag, toegespitst op prediking en liturgie. In de middagsessie (16.00-19.00 uur) kwam aan de orde hoe predikanten op een goede wijze de administratie kunnen voeren. Grotere gemeenten hebben een kantoor, dat veel administratief werk voor de predikanten uit handen neemt, maar in de kleinere gemeenten is de predikant tegelijk ook de administrateur.    
Rond zes uur ga ik altijd naar huis om te helpen met eten en badderen van de kinderen en als er een gezamenlijk avondprogramma is (van 20.00-22.00 uur), dan ben ik er weer. Soms hebben de studenten ’s avonds echter hun ‘corvee’ (vloer dweilen, afwassen, kamer opruimen of verslagen schrijven, etc.) en dan blijf ik thuis.
Deze avond moet ik thuis zijn, omdat we het doopgesprek hebben met de wijkpredikant vanwege de doop van Matthias aanstaande zondagmorgen. Dat de Torajakerk ontstaan is uit de Nederlandse zending, zie ik ook terug in het doopformulier dat de predikant met ons doorneemt: Een vertaling van formulier IV uit het Dienstboek in ontwerp (1955).   

Dinsdag
In de ochtend is er aandacht voor uitwisseling van visies op pastoraat en bewustmaking van de studenten inzake hun rol als pastor. In kleine groepjes wordt geoefend in het goed leren luisteren naar elkaar.
’s Middags staan we stil bij missionair gemeente-zijn en komt ook de verhouding tussen het christelijk geloof en de andere godsdiensten aan de orde. In Indonesie is 88% van de bevolking moslim. De – ook in Nederland - veelgestelde vraag naar de uniciteit van Christus komt aan de orde: Is Hij de enige weg (exclusivisme) of een van de wegen (pluralisme) of de is Hij de weg die alle godsdiensten insluit (inclusivisme). Het is erg interessant om de opvattingen te horen van sommige docenten of studenten die uit gemengde gezinnen komen (vader moslim, moeder christen).  
’s Avonds is er aandacht voor de relatie tussen de Torajakerk en de andere kerken in Indonesie en in de wereld. De directeur van ons instituut is lid van verschillende organisaties (o.a. lid van het General Comittee van de World Council of Churches en secretaris van de Council of Christian Churches of Asia); zij heeft dus ook een scherp oog voor de wereldwijde kerk. Daarnaast heeft de Torajakerk al bijna een eeuw lang een hechte band met de GZB.     

Woensdag
’s Ochtends wordt er eerst aandacht gegeven aan de organisatie van een kerkenraadsvergadering: opzet agenda, wijze van behandeling van punten, etc. Volgens de kerkorde is de predikant voorzitter. Grappig om te horen dat de kerkenraadsleden via een SMS worden uitgenodigd; post rondbrengen kost namelijk in de bergachtige gebieden veel tijd. In groepjes wordt geoefend hoe een kerkenraadsvergadering te leiden.
’s Middags wordt een notitie over huwelijkscatechese – door het instituut opgesteld - besproken. De Torajakerk wil deze catechese invoeren, omdat ook hier een toenemend aantal echtscheidingen voorkomt, mede vanwege de invloed van de Adat (tradities van de Torajacultuur). Wat mij betreft zou deze – ook uitermate praktische - nota vertaald en ingevoerd kunnen worden in de PKN.
’s Avonds zingen de studenten met elkaar. Ze houden erg van zingen, vooral in de Torajataal en ik moet zeggen dat dit de sfeer ook erg ten goede komt.

Donderdag
Vandaag werd een van de calon-pendeta’s bevestigd tot predikante. Adriani was twee jaar werkzaam als kandidaat-predikant en had in april deelgenomen aan de tweeweekse eindcursus. Ze werd predikante in een dorpje in de zogenoemde remote area, de afgelegen gebieden. Dit betekent dat de weg ernaar toe zeer slecht is en dat er nauwelijks of geen elektriciteit is. Omdat velen uit deze cursusgroep Adriani kenden, besloten we er met z’n allen naar toe te gaan. Als docenten mochten we deelnemen aan de handoplegging, samen met de collega-predikanten uit de classis. Voor ons allen was het een dagje-uit, maar voor mij ook een eerste kennismaking met de remote area. We vertrokken ’s morgens om half acht met een oude gammele bus, maar beresterke motor. Omdat het de dag ervoor vrijwel de hele dag had geregend waren de wegen zeer modderig. De afstand van Rantepao naar het dorpje was maar 30 km., maar we hebben er drie uur over gedaan. Het was glibberen door de bergen en bij iedere tegenligger zoeken naar een plek om elkaar te passeren. Het laatste stuk kon de bus niet verder, omdat die vast zou raken in de modder en gingen we een stuk met een FWD-terreinwagen. Het laatste stuk liepen (of beter gezegd gleden) we van een berghelling naar het dal waarin het dorpje lag. Ik heb daarvan geleerd: Als ik in de toekomst eens op zondag uit preken mag, dan doe ik oude kleren en laarzen aan. Schoenen mee in de rugzak, en een toga is dan ook erg praktisch voor over de bemodderde kleding. Maar goed, gelukkig was het deze dag droog en vond de dienst in de open lucht plaats. In plaats van 10 uur begon de dienst om 11 uur, omdat veel mensen erg laat kwamen. Ook de leden van de gemeente druppelden geleidelijk aan binnen.

De dienst zelf verliep vrij formeel, vond ik, maar de calon-pendeta’s vonden het indrukwekkend en sacraal. De bevestiger – dat is altijd een van de moderamenleden van het synodebestuur - deed de verkondiging, Adriani zelf hoefde niet te preken. De dienst duurde nog geen uur, maar daarna was het wel drie kwartier luisteren naar 4 toespraken, waarin o.a. de aanstaande districtsverkiezingen aan de orde kwamen. Deze verkiezingen leven erg en roepen ook veel spanningen op. In Makale, 20 km. hier vandaan, zijn bij een verkiezingsbijeenkomst doden gevallen. Iedere zondag wordt nu gebeden om kalmte in Torajaland. Na de dienst was er gezamenlijk eten voor gemeente en gasten en daarna was het weer drie uur terugglibberen.
In de avondsessie stonden we stil bij ‘diakonaat in missionaire context’: Hoe kun je in de gemeenten, waar meestal geen geld is, elkaar toch van dienst zijn?

Vrijdag
Vandaag stond in het teken van evalueren. De studenten moesten een A-viertje schrijven over wat ze hier hadden geleerd en hoe ze dit dachten toe te passen in hun gemeente. ’s Morgens hadden ze gelegenheid dit te noteren en ’s middags gingen we dit in de basisgroepen bespreken. ’s Avonds was er plenaire evaluatie tijdens het gezamenlijk eten; dit keer aten we niet aan tafels, maar op de grond. Daar lagen grote bananenbladeren waarop het eten gelegd werd en we aten dit – naar lokaal gebruik - met de vingers op. Tijdens de evaluatie kwam naar voren dat de kandidaat-predikanten behoefte hadden aan meer begeleiding vanuit het Instituut; men wilde een soort coaching. In de PKN kent men dit al in de vorm van mentoraat: een beginnend predikant wordt de eerste twee jaar gekoppeld aan een ervaren predikant en voert (twee-)maandelijks gesprekken met hem/haar. Ik merkte dat mijn collega’s dit verzoek om coaching niet vreemd vonden: In de Torajakerk en –samenleving spelen allerlei ontwikkelingen die het ‘vak’ van predikant kwetsbaar maken. Het vraagt een zekere mate van ‘lef’ – in de goede zin van het woord - om staande te blijven. Het instituut wil bijdragen aan het ontwikkelen van zo’n houding. Temeer daar het instituut niet bij machte is de (aanstaande) predikanten persoonlijk te coachen. Jaarlijks worden er wel cursussen georganiseerd waar men kan ‘bijtanken’. We adviseerden de aankomende predikanten om intervisiegroepen te vormen. 

Zaterdag
Rond de klok van negenen ben ik met Timon en Joas nog even naar het gebouw gegaan om de cursisten uit te zwaaien. Sommigen bleven nog in Rantepao waar ze familie of vrienden hebben wonen, maar de meesten gingen weer terug naar hun gemeente.
Ik heb veel respect gekregen voor deze aankomende en meestal nog jonge predikanten, die vaak op eenzame, afgelegen plekken werken en te maken hebben met een sterke Adat in Torajaland: er is voorouderverering, begrafenissen zijn peperduur vanwege de te slachten karbouwen en/of varkens (met alle schulden van dien in de gezinnen) en overal vinden hanengevechten plaats, waarom gedobbeld wordt.     

Tot slot
Voor wie geïnteresseerd is in ons leven van alledag, wijs ik graag op onze website met weblog: www.wartatoraja.nl.
Ook de website van de GZB en die van onze thuisgemeente Stinskerk Zwolle geven informatie.


 
 
  
Dominee in GTST

Op 13 april 2011 gaat Sjors op bezoek bij de dominee - ze is zwanger.
Cultuurtheoloog Frank Bosman bespreekt het fragment in Kruispunt. 

Extra's
 


 
 

 
Wie durft het verhaal van God verder te vertellen?
Wie durft woorden vanuit het Evangelie te spreken wanneer woorden tekort schieten?
Wie is er bang voor vreugde of verdriet?
Wie is er bang voor vragen?